Spring naar inhoud

Op familiebezoek in Zwijndrecht

Het is nu bijna 10 jaar geleden dat ik voor het laats iets op deze blog heb geplaatst.

De reden van mijn lange afwezigheid komt omdat op 4 januari 2010 Gilda is overleden en ik daarna niet echt de rust kon vinden om deze blog bij te houden.

Nu is het al weer een jaartje of wat geleden dat ik contact had met de Bodenstaff familie uit “Dordrecht”. Niet zo heel lang geleden kreeg ik weer contact met Meity Bodenstaff en wij besloten om elkaar maar eens op te zoeken. Op 20 november 2019 was het dan zover, ik ging bij Meity op bezoek en maakte daar niet alleen kennis met haar, maar ook met haar partner en haar broers.

Het was een leuke avond waar we elkaar heel veel te vertellen hadden. Ook heb ik de informatie van de stamboom van de Indische tak van de familie aardig aangevuld. Het is nog niet helemaal complet, maar daar was de avond ook te kort voor.

Helaas was het (nog) niet mogelijk om ook Meity’s vader Jourd Bodenstaff, de volle neef van mijn vader, te ontmoeten.

Jourd is op dit moment niet echt fit en het was daarom niet mogelijk dat hij er de avond bij kon zijn. Maar een bezoek en kennismaking met Jourd zit in de pijplijn voor januari 2020.

Vanaf nu zal ik ook weer met enige regelmaat iets posten op mijn blog.

Typer_1

Gilda Marie Bodenstaff-Akl

Pb11441220080911gilda2_2 Gilda Marie Bodenstaff-Akl

* 11 september 1951    + 4 januari 2010

Op 4 januari 2010 is mijn lieve vrouw Gilda overleden.

Gilda was al een tijd ziek. Op 2 juni 2009 is ontdekt dat Gilda kanker aan haar lever had. Opereren was niet mogelijk en medicijnen om de groei van de kanker te remmen hebben niet gewerkt.

Gilda is op 12 januari 2010 begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam.

Het was de wens van Gilda dat op haar begrafenis o.a. de muziek,Tant De Belles Choses van Françoise Hardy werd gespeeld.

Zij had mij dat al laten weten voor zij ziek werd en we hebben vaak samen naar deze muziek geluisterd. De tekst geeft precies aan wat en hoe groot de liefde van Gilda voor mij was: " De liefde is sterker dan de dood"

Een tekst die Gilda en ik erg mooi vonden hoorden we voor het eerst in de film Four Weddings and a Funaral komt uit het gedicht Funeral Blues van W H Auden. Een stukje uit dit gedicht benadert hoeveel Gilda voor mij betekende.

She was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song;
I thought that love would last for ever; I was wrong.

Wikje Bodenstaff heeft na bijna 65 jaar haar portret

Wikjebodenstaff1945 Dag allemaal,

vandaag kreeg ik een e-mail van een heel gelukkige Dorus Haarman. Hij had zojuist een brief ontvangen van Wikje Bodenstaff. In deze brief liet zij weten dat zij dol en dol blij was met de tekening die Dorus haar eerder per aangetekende post naar haar in Australië heeft gestuurd.

Ik voel me gelukkig dat ik met mijn blog als middel deze mensen een plezier heb kunnen doen.

Tot een volgende blog.

Philip

Typer_1

Echo uit het Jappenkamp,….Weet iemand waar Wikje woont?….

Echo uit het Jappenkamp,….Weet iemand waar Wikje woont?….

Eerder heb ik al eens geschreven dat, als toeval je een handje helpt, je tot boeiende ontdekkingen kunt komen.

Zo kreeg ik op mijn Hyve-pagina  op 7 april 2009 ineens een uitnodiging om vrienden te worden met Liesbeth.

In de uitnodiging stond dat zij een tekening had van Theodora Maria Bodenstaff

Natuurlijk ben ik op deze uitnodiging ben ingegaan hebben we een paar keer geschreven en informatie uitgewisseld over de familie Bodenstaff. De vrouw op de tekening bleek achteraf niet Theodora Bodenstaff te zijn, maar Theodora Errens, echtgenote van Conrardus Petrus Spruijtenburg.

Conrardus was weer de zoon van Frederik  Spruijtenburg en Johanna Cornelia Bodenstaff.

Daarna stuurde Liesbeth mij allerlei kopieën van aktes en krantenknipsels m.b.t. de familie Bodenstaff, waarvan ik de meeste niet had en een welkome aanvulling voor mijn stamboomonderzoek waren. Écht heel waardevol allemaal.

Totdat zij mij ineens iets stuurde dat mij héél erg boeide.

Wikjebodenstaffpelita001

Het was de scan van een portrettekening van een meisje. Op de foto staat de tekst:

  Juli ’45        Wikje Bodestaf  A.Donk

Liesbeth schreef ook dat het uit een tijdschrift kwam en er een oproep bij hoorde die luidt als volgt: “Tussen de kamptekeningen van mijn ex-vrouw Anneke Donk (1924-2004) trof ik een tekening aan van Wikje Bodestaf. Graag zou ik Wikje Bodestaf traceren om haar deze tekening te geven. Weet iemand waar Wikje woont?”

De tekening is de omslagfoto van het blad Pelita Nieuws uit 2006.

Op de welkoms pagina van Pelita stellen zij zich als volg voor:

Pelita
De oorlog met Japan en de onafhankelijkheidstrijd veroorzaak­ten een ware volksverhui­zing uit Nederlands-Indië. Voor ruim 300.000 Indische Nederlanders en Molukkers zat er niets anders op dan hun heil in Nederland te zoeken.

Dat bleek niet eenvoudig. Van een warm welkom was geen sprake.

Het was ieder voor zich.

Op 17 november 1947 werd op particulier initiatief een stichting opgericht om te helpen.

Ik heb natuurlijk contact opgenomen met Pelita om te achterhalen wie de schrijver van de oproep is en waar ik hem bereiken. Ik werd op een alleraardigste wijze te woord gestaan door de heer Verhoeven en hij zou proberen te achterhalen wie de schrijver is. Natuurlijk wilde ik het blad ook hebben en ik vroeg hem of ik een kopie kon kopen. Dat kon niet, maar hij wilde mij er wel een gratis sturen!

Nu weet ik toevallig waar Wikje Bodenstaff (inmiddels ook al 72 jaar) woont; die woont in Australië. Ik heb haar natuurlijk een berichtje gestuurd om het te vertellen. Wikje kon het zich allemaal niet zo goed herinneren en liet ook weten dat de kamptijd iets is die zij het liefst maar wil vergeten.

Dat niet willen herinneren heb ook van veel van mijn directe familieleden gehoord die in de jappenkampen zaten. Ook konden zij heel lang niet praten over wat zij meegemaakt hadden in de kampen, In Nederland was er eigenlijk niemand die er naar wilde luisteren. Zij hadden de oorlog al 4 jaar achter zich gelaten toen de Indische mensen na de kampen en de persiaptijd ( de tijd van de politionele acties) naar Nederland kwamen. Dus was, denk ik, de enige optie die hele periode maar verdringen.

Maar goed.

Omdat Anneke is overleden heb ik ook gezocht op familieberichten-online.nl en daar vond ik een overlijdensbericht van Anneke Donk (overleden 03-11-2004 te Gorinchem) en de naam van haar weduwnaar “Haarman”. Zou dat de Anneke zijn geweest die de tekening van Wikje heeft gemaakt? Mijn nekharen begonnen te kriebelen.

Het telefoonboek bracht me verder hulp. Ik vond in Gorinchem 2 Haarman’s. Bij de  eerste die ik belde kreeg ik de schoondochter van Anneke Donk aan de telefoon en zij vertelde mij dat haar schoonvader de andere Haarman was.

Ik heb hem direct gebeld en hij was blij te horen dat ik Wikje voor hem gevonden heb. Ik heb hem de adres en e-mail van Wikje gegeven. Die tekening zal dus binnenkort bij Wikje thuis wel een mooie plekje krijgen denk ik.

Tekeningwikjebodestaforg

Over de tekening en Anneke schreef mijnheer Haarman (Dorus) me het volgende:

Mijn vrouw Anneke Donk  heeft, behalve wat zij op scholen leerde, nooit tekenles gehad. Ze had een gave voor het maken van portrettekeningen. Ooit heeft zij op de MULO een leraar op het schoolbord getekend. Zij kreeg daar veel waardering voor.

De tekening die Anneke van Wikje heeft gemaakt, heeft zij denk ik vlak voor de bevrijding gemaakt. Zij zat in het vrouwenkamp te Moentilan in Midden-Java. Gelet op de datum die op de tekening staat moet Anneke 21 jaar geweest zijn.

Haar “internering” begon in Bandoeng. Zij zat toen, samen met haar moeder, 2 broertjes en 1 zusje in het Bloemenkamp. De jongens (Hans en Miel)  werden toen van de familie gescheiden en naar het mannenkamp in Thimahi gebracht.

De vrouwen, waaronder ook Anneke’s moeder en haar zusje Thea zijn daarna naar Moentilan gebracht, waar Wikje ook terecht is gekomen.

Na de bevrijding zijn zij naar Bandoeng terug gekomen en naar een verzamelkamp op het vliegveld “Andir” gebracht om vervolgens naar Batavia te worden gevlogen. Daar lag de “ms. Johan Van Oldenbarnevelt” op hen te wachten om hen en de overlevenden van de kampen naar Nederland terug te brengen. Zij kwamen in 1946 in Nederland aan.

Anneke had op Andir al kennis gemaakt met Dorus, die zij op de reis naar Nederland beter leerde kennen. Zij en Dorus zijn in 1947 in Holland getrouwd en tot 2004, toen Anneke stierf aan de gevolgen van longkanker, bij elkaar gebleven.

Anneke’s vader was kapitein in het leger en haar oudere broer was milicien. Haar vader en broer zijn als krijgsgevangene naar Birma gedeporteerd, waar zij bij de aanleg van de beruchte Birma spoorlijn om het leven zijn gekomen.

Anneke’s man Dorus heeft vanaf zijn 17e jaar in de jappenkampen gezeten en is al die tijd alleen geweest. Na de oorlog bleek alleen zijn zusje, meer dood dan levend, in kamp Ambawara, nog in leven te zijn.

Zijn broer was gevangen en lag in een ziekenhuis in Jappan. Zijn ouders en verdere familie zijn allemaal vermoord. Zijn zusje is ook naar Holland gekomen en zijn broer is naar Australië gemigreerd. Dorus heeft hen in 1972 nog een laatste keer terug gezien.

Die eerste vaart van de Johan van Oldenbarnevelt kreeg de naam van ”weduwen en wezen boot” en mogelijk dat Wikje daar ook op gezeten heeft . Omdat er over de wezen uit die oorlog weinig of niets bekend was heeft men Dorus benaderd om zijn ervaringen op schrift te stellen voor de uitgave van een boek.

Omslag_donkere_regendruppels Dat heeft hij gedaan en mocht je daar belang in stellen, het is getiteld ”Donkere regendruppels” , uitgegeven  door bergboek.nl 2002  isbn 90-70037-27-0.

De omslag van het boek is door Anneke ontworpen en staan er meer kamptekeningen van haar in het boek.  Zelf wilde ze haar ervaringen jammer genoeg niet opschrijven.

Het boek is in beperkte mate uitgegeven en de opbrengst is bestemd voor 2 weeshuizen in Java. (Met enig speurwerk kun je er misschien nog een exemplaar bemachtigen).

Als je nog gaat speuren in oude documenten, dan wens ik je veel succes met het zoeken naar verloren gewaande vrienden of familie. En wie weet kun je helpen deze site met nog meer informatie te verrijken en of deze site gebruiken om informatie te vinden.

Toen ik dit alles schreef zag ik de beelden van Indië voor me. Dit is ook een persoonlijk document geworden omdat zoveel dat Dorus mij schreef ook veel leden van mijn familie is overkomen.

Mijn dank aan mijn Hyves vriendin Liesbeth, de heer Verhoeven van de stichting Pelita  en natuurlijk en zeker niet in het minst mijnheer Dorus Haarman en postuum ook mevrouw Anneke Donk voor hun bijdrage aan dit avontuur.

Oh ja, als je op mijn blog wilt reageren, graag!

Vriendelijke groet en tot de volgende blog.

Philip Bodenstaff

Typer_1

Familie zoeken ……. familie vinden

Zoeken naar familieleden is vaak zoeken in het verleden. Het logische gevolg daarvan is, is dat je vaak zoekt naar gegevens van recent of minder recent overleden mensen. Je hoopt daarmee dan dat je met die gegevens steeds weer een stapje verder komt met je familieonderzoek. Soms een beetje verder in het verleden en soms een stapje dichter bij het heden.

Er zijn daarvoor natuurlijk altijd meerdere hulpbronnen te bedenken. Zo heb ik in 2001 rond de kerst alle Bodenstaff’s die ik in het telefoonboek kon vinden een brief gestuurd en uitgelegd dat ik ook een Bodenstaff ben en op zoek ben naar onze voorouders. In de brief heb ik hen gevraagd of zij mij aan informatie over hun directe familie wilden helpen. Ik heb daarvoor een staatje ontwikkeld en meegestuurd en gevraagd dit zoveel mogelijk aan te vullen met ontbrekende gegevens.

Veel mensen hebben hier positief op gereageerd en enkelen hebben mij ook gebeld en sommigen heb ik daarna ook bij hen thuis opgezocht.

Dit heeft mij dus veel informatie opgeleverd omdat ik op bezoek ging gewapend met mijn laptop en scanner.

Een heel andere manier van verkrijgen van informatie is het napluizen van boeken en documenten in archieven van gemeentes, kerken of bibliotheken.

Ook dat heeft mij geholpen met het vinden van informatie.

Maar waar ik toch het meest mee gevonden heb is het internet en dan vooral de mensen die ik via het internet “ontmoet” en mij met het vinden van allerlei informatie helpen.

Ook zijn er op het internet veel mensen vrijwillig bezig om allerlei familiegegevens te ontsluiten. Hiervan zijn op het internet meerdere sites te vinden. Zelf werk ik (op bescheiden schaal) ook mee aan een van die sites en dat is Familieberichten on-line. Op deze site zijn gegevens van, geboortes,  huwlijken en overlijden te vinden. Die worden verzameld door berichten uit kranten of bidprentjes, geboortekaartjes enz. te digitaliseren en beschikbaar te stellen en die informatie is dan via die website  weer op te halen.

De laatste paar dagen is een collega vrijwilliger (Arend) druk in de weer geweest met het digitaliseren van heel veel oude kranten berichten van de familie Bodenstaff.

Wellicht staat er een berichtje tussen die bij een beetje onderzoek een  van je eigen directe  familieleden blijkt te zijn.

Op de site zijn momenteel ruim 650.000 berichten te raadplegen.

Ik plaats nu sinds een maand of 3 elke week de overlijdensberichten die ik vind in de lokale krant op deze site. Ook heb ik een flink aantal oude overlijdensberichten geplaatst. Totaal heb ik nu bijna 700 berichten geplaatst en ik heb ook al gemerkt dat er al zeker 50 keer een advertentie is opgevraagd.

Ik zou zeggen neem eens een kijkje op deze website en ga eens op zoek.

Heb je zelf nog (oude) familieberichten of je ziet dat en van jouw woonplaats geen berichten staan én je wilt anderen helpen met het vinden van familie informatie, overweeg dan eens om je aan te melden als vrijwilliger voor deze site.

Veel succes met het zoeken en wie weet kun je helpen deze site met nog meer informatie te verrijken.

Groet

Philip Bodenstaff

PS.

Als je wel scans (JPEG) wel familieberichten hebt, maar je vindt het te veel werk om die te plaatsen, dan mag je die ook naar mij mailen. Ik zal er dan voor zorgen dat die geplaatst worden.

Het graf van mijn bet-overgrootvader Franciscus Bodenstaff

Dsc04240 Het graf van mijn bet-overgrootvader Franciscus Bodenstaff

Enige dagen geleden ontving ik deze e-mail:

geachte heer Bodenstaff,

In Lienden ligt het grafmonument van Franciscus Bodenstaff, een dorpsarts uit de 19e eeuw. Sinds enkele weken staat dit grafmonument op de gemeentelijke monumentenlijst. Van de meeste monumenten probeer ik een soort biografie op te stellen en die te publiceren in het tijdschrift van de Historische vereniging voor de gemeente Buren. Van de huisarts is gelukkig een foto beschikbaar, maar over zijn omstandigheden en waar hij vandaan kwam weet ik nog weinig. Eigenlijk ook nog geen onderzoek naar gedaan. Van een andere amateur genealoog kreeg ik Uw emailadres. Vandaar. Heeft U informatie over die persoon. Heeft hij b.v. nog nakomelingen etc.

Alle informatie is van harte welkom.

Alvast hartelijk dank voor Uw moeite

met vriendelijke groeten

Jan Hogendoorn

Nu was dat niet zo heel moeilijk, want het betreft hier dus mijn bet-overgrootvader en ook van Ron v.d. Werdt had ik daarover al de nodige informatie ontvangen.

Franciscus werd  geboren  op 31 augustus 1781 en overleed op 24 september 1860. Hij was, net als zijn vader, Vroed- en Heelmeester. Hij woonde in Lienden bij Kersteren.

Hij was de zoon van Gerardus Johannes Bodenstaff en Hermenildis van Theefelen en had uit zijn huwelijk met Johanna Catharina Walter (*02-05-1803- ?) 4 kinderen.

Johanna was de dochter van zijn tante Jacoba Birgitta Bodenstaff en dus zijn volle nicht.

Ik heb deze informatie en zijn persoonskaart en de familielijn (mijn kwartierstaat) ook doorgegeven aan de heer Hogendoorn en kreeg deze reactie van hem terug

Heel erg hartelijk dank voor Uw gegevens over de familie. Het is toch elke keer weer ontzettend leuk om bij een graf ook dingen te kunnen vertellen. Vooral als het graf er al ruim 150 jaar ligt.

Ik heb ook nog wat gegevens betreffende de "geneesheer" en een foto. Ik moet die even opzoeken en dan krijgt U ze binnenkort ook toegemaild.

Het graf ligt in Lienden. en staat op de gemeentelijke monumentenlijst. Dat wil zeggen dat het grafmonument in zijn geheel moet blijven bestaan, maar wil niet zeggen dat er niet meer bijgezet mag worden. Het mag ook gerestaureerd worden. Het hekwerk is in redelijk goede staat. De zerk is gebarsten. Dit zal in de toekomst wel verder gaan, tenzij de scheuren dichtgelijmd worden. De letters zijn ook nog redelijk goed te lezen. Als ze gezwart zouden zijn, was het opschrift natuurlijk nog beter te lezen.

Sinds Juli 2008 is er een gemeentelijk lijst met monumentale grafmonumenten vastgesteld. Het is niet direct de bedoeling dat de gemeente gaat restaureren. Daar hebben ze de interesse niet voor. In Beusichem zijn er al twee opgeknapt nadat ze op die lijst geplaatst zijn.

Nogmaals hartelijk dank voor Uw moeite en gegevens.

met vriendelijk groet

Jan Hogendoorn

Gerardus Hermanus Franciscus  Bodenstaff, een van de kinderen van Franciscus, vertrok omstreeks 1870 naar “De Oost” en was de opa van mijn vader en de stamvader van alle “Indische Bodenstaff’s”.

Veel leeplezier en tot de volgende blog

Philip Bodenstaff

Typer_1

14 augustus 2008

Het is zelden dat ik tranen in mijn ogen krijg bij het horen en zingen van het Wilhelmus.

Donderdag 14 augustus kon ik het niet droog houden. Ik was toen aanwezig bij de herdenking van de Indië slachtoffers bij het Indië-monument in Amstelveen. 14 augustus staat voor veel Indische mensen gelijk aan de herdenking van 4 mei.

Het is al jaren mijn bedoeling om daar heen te gaan om mijn door Japans en Indonesisch geweld verloren familieleden te herdenken. Niet alleen dat, maar ook om met meerdere Indische mensen stil te staan bij al het leed dat de Indische en Nederlandse bevolking gedurende de Japanse bezetting en onderdrukking en ook gedurende de bersiap heeft moeten doorstaan.

Ik herdacht mijn vaders oom Otto Ullrich, de vader van mijn tante Carla. Hij was krijgsgevangene en hij is met vele anderen op erbarmelijke wijze om het leven gekomen op het Japanse transportschip "Maros Maru" met waar 650 krijgsgevangenen opeengepakt waren. Het schip was op weg van Ambon naar Java verbleef voor een reparatie 40 dagen de haven van Makassar.

Hier een kort verslag van een van de overlevenden:

Het transport met een ander schip, de Maros Maru, leidde tot de dood van 250 krijgsgevangenen. Niet de torpedo’s of bommen van geallieerde strijdkrachten waren de oorzaak, maar hitte en uithongering. Op 17 september 1944 verliet de coaster Ambon. Aan boord waren 500 Britse en Nederlandse militairen. Onderweg werden nog eens 150 Nederlandse krijgsgevangen in de overvolle en snikhete ruimen geperst.
In de haven van Makassar (Sulawesi) moest het schip veertig dagen wachten voor een reparatie. De gevangenen moesten in de gesloten ruimen blijven. Bij aankoms in de haven van Soerabaja, twee maanden later, waren 250 van de 650 manschappen gestikt.
Op de Japanse schepen heerste een streng regime. Op het minste of geringst stonden zware straffen. Wie zonder order aan de wandel ging, moest dat met de dood bekopen. Ook op het negeren van een bevel stond onmiddellijke executie. De kapitein van de Nitta Maru kondigde tijdens een reis aan dat praten of verheffen van de stem zonder zijn uitdrukkelijke toestemming zou leiden tot onthoofding te plaatse. De bruut voegde de daad bij het woord en liet vijf Amerikanen ombrengen.

Ik herdacht ook het leed van mijn oom Mannie die krijgsgevangen was en als dwangarbeider gedwongen werd te werken voor de Japanners. Hij was een van de weinigen die de verschrikkingen van de kampen bij de Birmaspoorweg wist te overleven. Hij kwam geestelijk gehavend uit de oorlog.

Ik herdacht ook mijn oma en haar man en al mijn andere ooms en tantes die jaren in de Jappenkampen en na de oorlog in de interneringskampen hebben gezeten.

Tenslotte, maar niet op de laatste plaats dacht ik aan mijn vader. Hij had het “geluk” dat hij op zee zat toen Indië onder Japanse bezetting kwam.

Hij heeft zodoende kunnen vechten tegen de bezetter en hij heeft twee bombardementen, met het zinken van zijn schepen als gevolg, overleefd.

Bantam04

Een van de voorvallen betrof de luchtaanval van Japanse bommenwerpers op het KPN schip De Bantam.  Op 28 maart 1943 lag De Bantam gemeerd in de Orobaai. Tijdens het lossen van de ruimen klonk om 11.45 luchtalarm. Het schip werd aangevallen en door drie bommen getroffen en er onstond brand. Aanvankelijk leek het schip nog te redden, maar door een tweede luchtaanval was het onmogelijk de brand te blussen en is het schip aan de grond gezet. Mijn vader leek ongedeerd, maar kwam zoals later bleek wel als invalide uit de oorlog.

Hij sprak, net als mijn oma, ooms en tantes, bijna nooit over de oorlog. Zij probeerden het te vergeten, “Sudah, al voorbij toch”

14 augustus 2008 huilde ik om al hun leed.